Lithofinder

Welkom bij LITHOFIN

De professionele oplossing voor het reinigen, beschermen en onderhouden

Woordenlijst

A

Agglo-marmer: Benaming voor een kunstmatige steensoort (kunststeen). Agglo-marmer bestaat uit kalksteenpartikels, die meestal met een kunstharshoudende cementmortel tot een nieuwe steen worden gevormd. De eigenschappen zijn afhankelijk van de gebruikte componenten. De oppervlaktebehandeling komt overeen met die van marmer c.q. kalksteen.

Agressieve stoffen: Met agressieve stoffen worden die chemische verbindingen bedoeld, die natuursteen of de minerale bestanddelen in het gesteente aantasten of veranderen.

Anitslip: In openbare of zakelijke omgevingen moeten de vloeren over een dusdanig oppervlak beschikken, dat men hierop niet uit kan glijden. Vrijwel alle vloerbedekkingen, die in Duitsland op de markt zijn, worden getest op hun antislip-werking en ingedeeld in veiligheidsgroepen.

Anorganische verontreiniging: Dit verzamelbegrip beschrijft verontreinigingsvormen zoals roest, mortel- en cementresten, kalk- en urinesteenafzettingen. Het overgrote deel van de substanties kan alleen met zuurhoudende reinigingsmiddelen worden verwijderd. De anorganische chemie houdt zich bezig met het gedrag van alle elementen, met uitzondering van de verbindingen van koolstof (organische chemie).

Anröchter Dolomit: Bij deze natuursteen gaat het in wetenschappelijke zin om gekleurde gebonden kalkzandsteen, en niet om een dolomietsteen zoals de naam suggereert. Op grond van de minerale samenstelling kan de steen zeer fijn worden geslepen. Het kalkaandeel maakt de natuursteen gevoelig voor chemicaliën, daarom moeten zuurhoudende reinigingsmiddelen worden vermeden.

B

Basalt: Basalt is een kwartsarm, donker vulkanisch effusiegesteente, dat in korte tijd op het aardoppervlak stolt. Het komt voor in diverse vormen, van zeer dicht en glazig tot aan zacht gesteente met grote poriën.

Belgisch graniet (blauwe steen): De naam Belgisch graniet is puur een handelsnaam, omdat het bij het materiaal niet om graniet gaat! De naam Belgisch graniet wordt voor een bitumineus donker kalksteen, met zeer veel fossielen uit België gebruikt.

Beschermen: In principe onderscheidt men twee vormen van beschermende behandeling: laagvormend (zie ook Verzegeling) en niet-laagvormend (zie ook Impregneren).

Bestendigheid: Als bestendigheid wordt de ongevoeligheid van een materiaal tegen invloeden van buitenaf, zoals zuren, logen en slijtage aangeduid.

Breccie: Met breccie (van het Italiaanse breccia: kiezelzandsteen) wordt gesteente bedoeld, waarbij de hoekige brokken steen in een homogene basismassa zijn gevat. De korreling van de brokken steen bedraagt meer dan 2 mm, materiaal met een korreling van minder dan 2 mm wordt microbreccie genoemd.

Breukvlak: De term breukvlak wordt gebruikt bij oppervlaktestructuren en ontstaat bij de splijting van de lagen in de verschillende materialen.

Bronziet: En ook enstatiet behoort tot de gesteentevormende mineralen en vormt zich onder de aardkorst in basische migmamieten, zoals bijvoorbeeld in Gabbro. Het bekendste voorbeeld hiervan zijn de goudkleurig glanzende bronzietschilfers in Star Galaxy.

C

Capillairen: Capillair wil zeggen een lange en dunne holle ruimte. Het is afgeleid van het Latijnse woord capillus van het haar. In relatie tot natuursteen wordt met capillairen de tussenruimten in de minerale structuur bedoeld. In deze tussenruimte kan vocht binnendringen en door het capillaire effect zelfs aangetrokken worden.

Carrara: Stad in Toscane en vindplaats van talrijke marmersoorten. De bekendste marmersoort uit deze regio is de Bianco Carrara.

Cementsluier: Na het leggen en voegen, of na andere bouwmaatregelen, blijven vaak cement- of mortelfilms achter op het oppervlak. Deze onzichtbare sluier kan het best met een zuurhoudend reinigingsmiddel worden verwijderd. Voor het reinigen moet echter eerst worden getest of de vloerbedekking zuurbestendig is. Kalkhoudende steensoorten, zoals marmer, worden bijvoorbeeld door zuur aangetast, hetgeen met name op gepolijste en fijngeslepen oppervlakken tot blijvende schade leidt. Daarom is het raadzaam een proefvlak aan te leggen.

Cotto: Cotto is afgeleid van het begrip „terra cotta“ en betekent „gebrande aarde“. De oorspronkelijke cotto stamt uit de regio rondom Impruneta (Toscane). De daar voorkomende klei wordt traditioneel bereid en gebrand. Na het productieproces ontstaat materiaal met open poriën, dat gewoonlijk na het leggen nog wordt behandeld. Als klassieke behandelingsmethode geldt het beitsen (oliën) en afsluitend waxen van het oppervlak. Inmiddels worden echter ook in water oplosbare alternatieven aangeboden, die milieuvriendelijker en eenvoudiger te verwerken zijn. Om het leggen van de platen te vergemakkelijken, zijn de oppervlakken deels vooraf in de fabriek geïmpregneerd c.q. afgewerkt.

D

Diagenese: Diagenese is de chemische, fysische of biologische verandering van los sediment tot gesteente

Dichtheid: Of ook de poreusheid van een materiaal beschrijft hoe compact de minerale structuur in elkaar steekt. Of hoeveel tussenruimte er tussen de vaste structuren van het gesteente aanwezig is.

Dieptegesteente: Dieptegesteente ontstaat door een langzame verstarring van gesmolten gesteente op grote diepte. Dit gesteente wordt gekenmerkt door zijn uniforme structuur en door een groot weerstandsvermogen. Het bekendste dieptegesteente is graniet.

Diffusieweerstand: Het begrip beschrijft de doorlaatbaarheid van het oppervlak voor gasvormige stoffen. Met name voor buiten moeten oppervlakken ademend zijn, om het opgenomen vocht weer af te kunnen geven.

Dioriet: De naam dioriet is afgeleid van het Griekse woord dihorízein = disharmonisch. Diorieten zijn meestal donkergrijs tot zwarte dieptegesteentes. Qua minerale opbouw staat dioriet tussen graniet en gabbro. In plaats van glitters zoals in graniet is hier hoornblende aanwezig.

E

Efflorescentie: In verband met natuursteen, kunstmatige steen, keramiek enz. beschrijft dit begrip de zoutafscheiding. Door een permanente door en door bevochtiging van het materiaal hopen licht oplosbare zouten zich op. Na verdamping van het water gaan deze kristalliseren. Vaak gaat het om kalkuitbloeiingen, die gemakkelijk uit vrij calcium of de kooldioxide in de lucht gevormd worden. Dikwijls wordt ook de formulering salpeteruitbloeiing gebruikt. Deze benaming is correct, als het om calciumnitraat gaat. Metselwerkuitslag kan daar ontstaan, waar vrijgekomen ammoniak (uit ureum en rottende eiwitstoffen) door de desbetreffende bacteriën tot nitraat geoxideerd wordt. Deze en vele andere zoutuitbloeiingen kunnen met zuurhoudende reinigingsmiddelen worden gereinigd.

Effusiegesteente: Ook wel vulkaniet genoemd, is de naam voor een gesteente, dat bij de stolling van lava op het aardoppervlak ontstaat. Afhankelijk van hoe de lava naar boven is gekomen, noemt men het voorkomen van vulkanieten als lavastroom of als pyroclasten.

Eindbehandeling: Met een geschikte eindbehandeling kunnen de gebruikseigenschappen van keramische en natuursteenoppervlakken aanzienlijk worden verbeterd. Bij eindbehandelingen kan het om impregnatie of verzegelingen gaan, die zijn bedoeld om vlekken te vermijden en het oppervlak gemakkelijker in onderhoud te maken.

F

Fossiel: Onder fossiel of fossielen verstaat men alle resten van vroeger leven die geconserveerd zijn in gesteente. Daartoe behoren planten, dieren en hun sporen, die ouder dan 10.000 jaar zijn.

G

Gabbro: Na graniet is gabbro het meest voorkomende dieptegesteente. De meeste vertegenwoordigers van dit gesteente worden gekenmerkt door een donkergrijze tot diepzwarte kleur. De technische waarden komen vrijwel overeen met die van andere dieptegesteentes. In het algemeen heeft gabbro een hoger weerstandsvermogen en is bestendiger. Bij onbekende soorten moet echter een proefvlak worden aangelegd. Een paar bekende gabbro's zijn: Nero Impala, Nero Assoluto (beide uit Zuid-Afrika), Star Galaxy (India), Kuru Black (Finland).

Gangsteente: Ganggesteente vormt zich uit het opstijgende magma dat in de kanalen van de vulkanen blijft steken en daar is afgekoeld. Dit soort gesteente kan zowel de kenmerken van effusiegesteente als van dieptegesteente bevatten.

Geborsteld: Borstelen is een oppervlakbehandeling die in de afgelopen jaren populair is geworden. De borstels dringen door in diepere delen en zachtere plaatsen, waardoor een levendiger oppervlak ontstaat. In de borstels zijn diamanten gesinterd, dat tot een schurend effect leidt. Hoe groter de diamanten, des te meer materiaal verwijderd en des te ruwer het oppervlak wordt. Andere benamingen voor geborstelde oppervlakken zijn: gepatineerd, verouderd, gesatineerd, antiek, gebrand-geborsteld. Het borstelen volgt vaak op een voorgaande behandeling zoals branden, stralen, verzoeten.

Gehakt: Hakken is een ambachtelijke bewerkingsvorm van natuursteenoppervlakken. Met de bouchardhamer (met pyramidevormige punten aan de slagzijde) wordt het materiaal laagsgewijs verwijderd. Een oppervlak dat met deze methode is bewerkt, bestaat uit vele zeer kleine inkepingen waardoor het oppervlak wordt vergroot.

Geologie: Het begrip geologie is afgeleid van het oudgriekse woord geo voor aarde en logos voor leer. D.w.z. de leer van de aarde, of meer nog de wetenschap van alle samenhangen die betrekking op de aarde hebben.

Geslepen: Het slijpen is een arbeidsproces waarbij de fijne oneffenheden meestal met behulp van slijpstenen worden verwijderd. Door het slijpen ontstaat een fijn mat oppervlak en het materiaal wordt gekalibreerd.

Gevlammd: Het vlammen is een soort oppervlakbewerking waarbij meestal kwartshoudende materialen spontaan worden verhit met een gasbrander. Door deze acute verhitting zet het kwarts zeer snel uit en leidt zo tot de gewenste microschilfering.

Glimmer: Met glimmer (of mica) worden fylosilicaten bedoeld, die tot de meest voorkomende gesteentevormende mineralen behoren. Hun karakteristieke eigenschap bestaat uit een parallelle mineralogische opbouw. Daardoor kan materiaal waarvan het hoofdbestanddeel uit glimmer bestaat, gemakkelijk worden gespleten.

Glimmerlei: Het uit kleisedimenten ontstane, metamorfe gesteente, dat door het hoge glimmeraandeel heel gemakkelijk kan worden gespleten. Door het aanzienlijke gehalte aan biotiet domineren veelal de donkere kleurtinten. Alhoewel sommige soorten zelfs geschikt zijn om te polijsten, wordt deze bewerking zelden toegepast, omdat het oppervlak daardoor zijn unieke uiterlijk verliest. In Duitsland komt het voor in het Taunusgebergte, Vorspessart en Ertsgebergte. De meeste soorten, die op de markt verkrijgbaar zijn, komen echter uit Noorwegen.

Gneis: Gneis is een metamorf gesteente, vaak met een gelijkmatige parallelle structuur en een laagachtige textuur. De vorming tot een gneis gebeurt door middel van gerichte druk, zoals die bij de verschuiving van de aardkorst optreedt. Dit gebeurt meestal in grote gebieden en men spreekt dan ook van regionale metamorfose.

Granaat: Dit mineraal is een zeer harde halfedelsteen en behoort tot de familie van de silicaten. Door het hoge aandeel aan ijzer in dit mineraal kan het soms aan de randen van het gesteente gaan roesten.

Graniet: Graniet is een magmasteen. Het hoge kwartsaandeel verleent het graniet zijn hardheid. Dat en de uiteenlopende kleuren en structuren maken het tot een ideale steensoort voor gevels en vloeren, of voor aanrechtbladen, tafels e.d. Graniet is relatief ongevoelig en gemakkelijk in onderhoud. Enkele bekende granietsoorten: Carmen Red (FIN), Rosa Beta (I), Bethel White (USA), Juparana (Braz.), Campascio (CH), Flossenbürg (D), Herschenberg (A), Rosa Porrino (E).  Voorzichtig! Vaak wordt de naam "graniet" voor aanverwante steensoorten gebruikt. Deze „granietsoorten“ ontpoppen zich dikwijls als bazaltsteen of gabbro, die niet altijd zuurbestendig is. Met name natuursteen die uit China afkomstig is, wordt onder verschillende namen op de markt gebracht. Om een eenduidige indeling van het gesteente mogelijk te maken, is het daarom belangrijk de Chinese handelsbenaming (letter + cijfers, bijv. G 684) te kennen.

Grès: Bij grès gaat het om een volkomen doorgesinterde en zeer compacte keramiekverbinding. Een wezenlijk kenmerk van grès is de extreem hoge dichtheid en de zeer geringe wateropname van < 0,5%. Op grond van deze eigenschap is grès ook zeer geschikt voor gebruik buitenshuis. Door de hoge dichtheid van het materiaal is het mogelijk om grès te polijsten. Grès is zeer slijtvast en drukbestendig en kan door deze eigenschappen ook uitstekend in industriële segmenten worden gebruikt.

H

Hard gesteente: Diepgesteente of materiaal dat uit diepgesteente is ontwikkeld, wordt meestal hard gesteente genoemd. Of gewoon hard steen zoals bijvoorbeeld graniet, migmatiet, gabbro e.d.

Hematiet: Een veel voorkomend mineraal dat behoort tot de oxiden en met name voorkomt in een zwarte of roodbruine kleur. Door het hoge ijzergehalte in dit mineraal is het bij de meeste roodachtige steensoorten verantwoordelijk voor de kleurstelling. Bovendien ontstaat hematiet door toevoeging van een hoge temperatuur (branden) uit limoniet.

Hogedrukreiniger: Bij een hogedrukreiniger wordt water onder hoge druk gezet en verhit. Door de hoge druk heeft het water dat bij de reinigingsmond of spuitkop naar buiten komt een zeer hoge druk van 80 - 1.000 bar en daardoor een schurende werking. Door de hoge druk bestaat echter het risico dat de behandelde ondergrond beschadigd of opgeruwd wordt.

Homogeen: Het begrip homogeen wordt in verband met natuursteen meestal in relatie tot de structuur gebruikt. Daarmee wordt bedoeld dat het materiaal een zeer gelijkmatige mineraalverdeling heeft.

Hydrofoberen: (hydrofoob = waterwerend, -afstotend) Benaming voor de waterafstotende behandeling van natuursteen, keramiek, textiel.

I

Impregneren: Impregneren is een onzichtbare, beschermende behandeling, waarmee het binnendringen van verschillende soorten vuil in het oppervlak wordt voorkomen. Door het impregneren komt er geen beschermende film op het oppervlak, maar het trekt in de poriën c.q. het capillairsysteem van het materiaal en dekken het op deze manier af. Oppervlakken kunnen naar behoefte waterafstotend of water- en olieafstotend worden gemaakt.

J

Jura-kalksteen: Zeer populair kalksteen uit Duitsland, dat met name onder de petrografisch onjuiste naam Jura-marmer bekend is. De kleuren lopen uiteen van lichtgeel tot blauwgrijs. Daarvan zijn de namen jura-geel en jura-grijs afgeleid. Gebieden waar het voorkomt zijn rondom Treuchtlingen, Pappenheim en Petersbuch.

K

Kalksteen: Kalksteen is een sedimentair gesteente en bestaat uit een afwisselende groep. Dit materiaal bestaat voor ten minste 80% uit het mineraal calciet. Het meeste kalksteen krijgt zijn kleur door minerale mengsels (met bijv. grafiet, limoniet, glauconiet). Gepolijst kalksteen wordt vaak als marmer aangeduid; dit is echter onjuist.

Kleurintensivering: Pas in natte toestand krijgen ruwe absorberende oppervlakken een diepere kleur. Door zandstralen, branden e.d. krijgen specifieke natuursteensoorten een bleke structuur. Met speciale producten kan men het nat-effect nabootsen, zodat de kristalstructuur van het natuursteen een intensere kleur krijgt.

Kunststeen: Dit begrip is de definitie van geprefabriceerde betondelen met kunststeenmatig bewerkt of door middel van bekisting vormggegeven oppervlakken. Kunststeenplaten zijn van willekeurig materiaal gemaakt, bijv. voor terrassen en vloeren. In verband met de zuurgevoeligheid mogen dusdanig opgebouwde reinigers niet op fijn geslepen (gepolijste) oppervlakken worden gebruikt. Op ruwere structuren is een deskundig gebruik van zuurhoudende reinigers wel mogelijk. Uit ervaring is gebleken, dat een onjuist gebruik van hogedrukreinigers gedurende meerdere jaren tot reinigingsproblemen leidt. Dikwijls wordt niet de aanbevolen afstand tot het oppervlak aangehouden. Daardoor kunnen er deeltjes van het oppervlak springen, waardoor de kunststeen onnodig wordt opgeruwd.

Kwarts: Kwarts is één van de bekendste mineralen, de chemische benaming luidt siliciumoxide. De vorming van de mineralen ziet er meestal melkachtig transparant uit. Kwarts is één van de hoofdbestanddelen van graniet en ligt op de hardheidsschaal van Mohs tussen 7 en 10.

Kwartscomposiet: Kwartscomposiet is een machinaal vervaardigd composiet. Het bestaat tot max. 93% uit kwarts en 7% uit kunsthars met andere additieven. Het kwartszand wordt met de hars en andere additieven vermengd en onder druk en hitte uitgehard. Het materiaal heeft het voordeel dat het in de kleurige uitvoering over een uitstraling beschikt, die zo in de natuur niet voorkomt. Kwartscomposiet is weliswaar zeer dicht, maar toch moet ondanks het grote weerstandsvermogen een beschermende behandeling plaatsvinden.

Kwartsiet: Kwartsieten ontstaan door de omzetting (metamorfose) van voormalige zandstenen en bestaan daardoor vrijwel uitsluitend uit met elkaar versmolten kwartsdeeltjes. Dit materiaal kan meestal zeer goed worden gespleten en daarom zeer geschikt voor toepassingen met ruwe breuken.

L

Loog: Algemene benaming voor waterige oplossingen van basen, die duidelijk alkalisch reageren. Daarom is de pH-waarde ervan altijd hoger dan 7. Het meest bekend zijn de oplossingen van kaliumhydroxide (kaliloog) en natriumhydroxide (natronloog).

M

Magma: Vloeibaar gesteente in de bovenste aardlaag.

Marmer: Marmer is omgevormd kalksteen, het materiaal wordt door hitte en druk omgezet in een calcistische structuur. Dit metamorf gesteente is meestal lichter dan kalksteen en heeft glinsterende kristallijne breukplaatsen. Marmer heeft min of meer dezelfde natuurlijke en chemische eigenschappen als kalksteen.

N

Nanotechnologie: Het begrip nano komt van het Griekse 'nanos' dat dwerg betekent. In het algemeen echter betekent het begrip nanodeeltjes/-technologie een verbinding van enkele tot enkele duizenden atomen of moleculen, waarvan de grootte typisch tussen 1 en 100 nanometer ligt. Synthetisch vervaardigde nanodeeltjes worden doelgericht met speciale eigenschappen uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld lichtgeleidend of water- en olieafstotend.

Natuursteen: Natuursteen is de naam van alle gesteente zoals dat in de natuur kan worden aangetroffen en men als winstgevend materiaal betiteld.

Nero Assoluto: Nero Assoluto is een zwart, fijnkorrelig basalt (doleriet) en is afkomstig uit Zuid-Afrika. Andere benamingen zijn ZIMBABWE BLACK of RHODESIA BLACK. Door zijn diepzwarte structuur is Nero Assoluto zeer geliefd als decoratief materiaal. De natuursteen heeft slechts een zeer geringe wateropname.

Nero Impala: Een andere, populaire zwarte gabbro, die afhankelijk van de breuk qua kleurintensiteit varieert van licht, normaal tot donker. Als er veel overheen wordt gelopen of extreem wordt belast, kan de polijstglans binnen korte tijd vervagen. Ook Nero Impala is afkomstig uit Zuid-Afrika.

Nylon Pad: Nylon pad is een nylon weefsel dat is gemengd met schuurkorrels en hars. Nylon pads zijn verkrijgbaar in diverse uitvoeringen, van extreem schurend tot zeer fijnkorrelig.

O

Oleofoberen: Door oleofoberen zorgt men ervoor dat materiaal olieafstotend wordt. Door een oleofobe behandeling kan oliehoudende vervuiling aanzienlijk langer worden tegengegaan en gemakkelijker van oppervlakken worden verwijderd.

oölieten: De naam is afgeleid van het Griekse woord Oon dat ei en Lithos dat steen betekent. Dus een eivormige steen, waarvan de structuur bestaat uit zeer kleine kalkkogeltjes, meestal van 0,5 - 2,0 millimeter. De oöiden zijn meestal door een kalk- of kleiachtig bindmiddel met elkaar verbonden.

Oplossingen: In chemische zin bestaan oplossingen uit ten minste twee componenten, waarbij het ene bestanddeel homogeen in het meest vloeibare oplosmiddel is opgenomen.

Organische vervuiling: Onder dit begrip valt vervuiling zoals vet, olie, was en hars. Voor het effectief verwijderen van dergelijke substanties zijn alkalische of oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen nodig. De benaming organisch heeft in principe betrekking op de chemie van koolstof en koolstofverbindingen.

Oxide: Oxidatie is het proces van de verbinding van zuurstof met elementen. De bekendste oxide is vermoedelijk ijzeroxide = roest, dat veelal voor de verkleuring van stenen verantwoordelijk is.

P

Padang: Dit is waarschijnlijk de meestgevraagde oppervlaktebehandeling. De briljante uitstraling en glanzende afwerking wordt door het gebruik van zeer fijne schuurmiddelen gerealiseerd. Door het polijsten wordt de kleurintensiteit verhoogd en het ontstane gladde oppervlak is gemakkelijk in onderhoud.

Polijsten: Dit is waarschijnlijk de meestgevraagde oppervlaktebehandeling. De briljante uitstraling en glanzende afwerking wordt door het gebruik van zeer fijne schuurmiddelen gerealiseerd. Door het polijsten wordt de kleurintensiteit verhoogd en het ontstane gladde oppervlak is gemakkelijk in onderhoud.

Pyriet: Of ook wel ijzerkies (ijzerdisulfide) is een mineraal dat vaak in ophopingen in gesteente voorkomt. Van pyriet is pas sprake als het oxidatieproces begint.

R

Reinigen: Vervuiling kan in twee categorieën worden ingedeeld: organisch en anorganisch. Organische vervuiling zoals bijvoorbeeld vet, olie en dergelijke kunnen alleen met alkalische of, in hardnekkige gevallen, met oplosmiddelhoudende reinigingsproducten worden verwijderd. Anorganische vervuiling zoals bijvoorbeeld kalk, cementsluier en dergelijke kan alleen met zuurhoudende reinigingsmiddelen opgelost en verwijderd worden.

Roest en roestverkleuringen: Met roest wordt in de omgangstaal het geelrode tot geelbruine ijzeroxide/-hydroxide aangeduid. Noodzakelijk voor de vorming is een zekere mate aan vocht, zodat de gevoelige ijzerverbindingen door middel van de zuurstof in de lucht tot roest kunnen oxideren. Deze verkleuringen kunnen met reinigingsmiddelen worden verwijderd, die ofwel een uitgebalanceerd zuurmengsel of zuurvrije, speciale organische zwavelverbindingen bevatten.

S

Solnhofener: De zeer geliefde beigekleurige, licht gestructureerde kalksteen uit Solnhofen komt uit de regio Eichstätt en wordt overal gebruikt, waar een gemoedelijk, niet opdringerig natuursteenoppervlak gewenst is. Het materiaal is één van de dichtste kalksteensoorten dat te vinden is.

Star Galaxy: De bronziet-gabbro Star Galaxy heeft een zwarte basiskleur met bronskleurige facetten. Gabbro's hebben uitstekende technische waarden en zijn geschikt voor vrijwel alle toepassingen. Ze kunnen zowel chemisch als natuurkundig zwaar worden belast.

T

Travertijn: Travertijn is een poreuze kalksteen die voor het overgrote deel uit calciumcarbonaat bestaat. Het calcium wordt chemisch opgelost in zoetwater en als sediment afgezet, daardoor wordt voor travertijn ook het begrip zoetwaterkalk gebruikt.

V

Veldspat: Een groep veelvoorkomende silicaat-mineralen. Ze gelden als de belangrijkste gesteentevormende mineralen en zijn het hoofdbestanddeel in diepte- en effusiegesteente. Ook veel gneizen bevatten hoge percentages veldspaten.

Voeg: De benaming voeg wordt voor de tolerantiegerelateerde tussenruimte tussen twee materialen gebruikt.

Vorstbestendigheid: Vorstbestendige materialen zijn die materialen die niet door een meervoudige wisseling van vorst en dooi worden beschadigd.

Z

Zacht gesteente: Men spreekt van zacht gesteente, zoals de naam al zegt, bij zachtere steensoorten zoals bijvoorbeeld marker, kalksteen, zandsteen enz. Op basis van deze indeling moeten de toepassingen en bijbehorende gereedschap worden gekozen.

Zandstralen: Met het begrip zandstralen wordt een bewerkingsmethode aangeduid, waarbij onder hoge druk een schurend middel op een oppervlak wordt geblazen. Door dit blazen worden fijne lagen weggeschuurd, het oppervlak wordt door het zandstralen altijd iets opgeruwd. Het schuurmiddel hoeft niet per se zand te zijn, er kan ook glas, korund of zelfs droog ijs worden gebruikt. 

Zuren: Zuren zijn in principe chemische verbindingen die in staat zijn, protonen af te geven aan een reactiepartner. Eén van de oudste en bekendste zuren is azijn. De sterkte van een zuur wordt aan de hand van een pH-schaalwaarde bepaald, waarbij 7 als neutraal geldt. 6,9999999 zou dan op de schaal als zuur worden aangeduid. De schaal gaat van zeer zuur 0 tot 14, dat overeenkomt met een sterk loog.